Agents¶
Beheerders beheren agentaccounts, groepstoewijzingen, dynamische agentvelden en de tweefactorstatus.
Overzicht¶
Deze pagina beschrijft het gebruik en de belangrijkste gevolgen van Agents. Als wijzigingen invloed hebben op bestaande tickets, machtigingen, meldingen of automatiseringen, moeten ze eerst in een testomgeving worden gecontroleerd.
Typische workflow¶
Een agent maken en bewerken. Open het bijbehorende beheer- of actieformulier, voer de vereiste waarden in en sla pas op nadat toewijzingen en verplichte velden zijn gecontroleerd.
Agent deactiveren. Controleer vooraf welke bestaande records of gebruikers hierdoor worden beïnvloed. Gebruik waar mogelijk deactivering in plaats van definitieve verwijdering.
Groepsrechten toewijzen en verwijderen. Open de bestaande record, wijzig alleen de benodigde gegevens en controleer afhankelijke toewijzingen voordat u opslaat.
Dynamische agentvelden maken, bewerken en verwijderen. Open het bijbehorende beheer- of actieformulier, voer de vereiste waarden in en sla pas op nadat toewijzingen en verplichte velden zijn gecontroleerd.
Tweefactorinstelling resetten. Controleer vooraf welke bestaande records of gebruikers hierdoor worden beïnvloed. Gebruik waar mogelijk deactivering in plaats van definitieve verwijdering.
Opmerkingen¶
Zichtbare menu-items en acties zijn afhankelijk van de groeps- en programmarechten van de aangemelde agent.
Gedeactiveerde vermeldingen blijven vaak behouden voor bestaande tickets en analyses, maar zijn niet meer beschikbaar voor nieuwe toewijzingen.
Test na wijzigingen ten minste één realistische gebruikssituatie met een gebruiker van de betrokken rol.