Agentmeldingen

E-mailsjablonen voor agentgebeurtenissen worden centraal bewerkt.

Overzicht

Deze pagina beschrijft het gebruik en de belangrijkste gevolgen van Agentmeldingen. Als wijzigingen invloed hebben op bestaande tickets, machtigingen, meldingen of automatiseringen, moeten ze eerst in een testomgeving worden gecontroleerd.

Typische workflow

  1. Meldingsgebeurtenissen weergeven. Gebruik de beschikbare zoek-, filter- en detailweergaven. Wis of wijzig filters als verwachte records niet verschijnen.

  2. Sjabloon bewerken. Open de bestaande record, wijzig alleen de benodigde gegevens en controleer afhankelijke toewijzingen voordat u opslaat.

  3. Onderwerp en HTML-inhoud beheren. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.

  4. Sjabloon activeren of deactiveren. Controleer vooraf welke bestaande records of gebruikers hierdoor worden beïnvloed. Gebruik waar mogelijk deactivering in plaats van definitieve verwijdering.

  5. Beschikbare plaatsaanduidingen gebruiken. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.

Opmerkingen

  • Zichtbare menu-items en acties zijn afhankelijk van de groeps- en programmarechten van de aangemelde agent.

  • Gedeactiveerde vermeldingen blijven vaak behouden voor bestaande tickets en analyses, maar zijn niet meer beschikbaar voor nieuwe toewijzingen.

  • Test na wijzigingen ten minste één realistische gebruikssituatie met een gebruiker van de betrokken rol.