CMDB-structuur¶
De CMDB-structuur definieert typen, veldgroepen, velden, statussen en relatietypen.
Overzicht¶
Deze pagina beschrijft het gebruik en de belangrijkste gevolgen van CMDB-structuur. Als wijzigingen invloed hebben op bestaande tickets, machtigingen, meldingen of automatiseringen, moeten ze eerst in een testomgeving worden gecontroleerd.
Typische workflow¶
Een CI-type maken, bewerken en activeren. Open het bijbehorende beheer- of actieformulier, voer de vereiste waarden in en sla pas op nadat toewijzingen en verplichte velden zijn gecontroleerd.
Veldgroepen beheren. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.
Velden en veldtypen definiëren. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.
Opties voor verplicht, zoeken, uniek en klantzichtbaarheid instellen. Open de bestaande record, wijzig alleen de benodigde gegevens en controleer afhankelijke toewijzingen voordat u opslaat.
Statussen beheren en typen toewijzen. Open de bestaande record, wijzig alleen de benodigde gegevens en controleer afhankelijke toewijzingen voordat u opslaat.
Relatietypen beheren. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.
Opmerkingen¶
Zichtbare menu-items en acties zijn afhankelijk van de groeps- en programmarechten van de aangemelde agent.
Gedeactiveerde vermeldingen blijven vaak behouden voor bestaande tickets en analyses, maar zijn niet meer beschikbaar voor nieuwe toewijzingen.
Test na wijzigingen ten minste één realistische gebruikssituatie met een gebruiker van de betrokken rol.