Escalatiecontrole

De escalatiecontrole werkt vervallen ticketescalaties bij op basis van SLA en kalender.

Overzicht

Deze pagina beschrijft het gebruik en de belangrijkste gevolgen van Escalatiecontrole. Als wijzigingen invloed hebben op bestaande tickets, machtigingen, meldingen of automatiseringen, moeten ze eerst in een testomgeving worden gecontroleerd.

Typische workflow

  1. Vervallen tickets bepalen. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.

  2. Kalendertijden in acht nemen. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.

  3. Escalatiewaarden bijwerken. Open de bestaande record, wijzig alleen de benodigde gegevens en controleer afhankelijke toewijzingen voordat u opslaat.

  4. Controle handmatig of via de daemon uitvoeren. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.

Opmerkingen

  • Zichtbare menu-items en acties zijn afhankelijk van de groeps- en programmarechten van de aangemelde agent.

  • Gedeactiveerde vermeldingen blijven vaak behouden voor bestaande tickets en analyses, maar zijn niet meer beschikbaar voor nieuwe toewijzingen.

  • Test na wijzigingen ten minste één realistische gebruikssituatie met een gebruiker van de betrokken rol.