Aanvullende modules¶
Aanvullende modules worden geïnstalleerd, bijgewerkt en verwijderd vanuit leesbare broncode-ZIP-bestanden.
Overzicht¶
Deze pagina beschrijft het gebruik en de belangrijkste gevolgen van Aanvullende modules. Als wijzigingen invloed hebben op bestaande tickets, machtigingen, meldingen of automatiseringen, moeten ze eerst in een testomgeving worden gecontroleerd.
Typische workflow¶
Module-ZIP uploaden en controleren. Gebruik de beschikbare zoek-, filter- en detailweergaven. Wis of wijzig filters als verwachte records niet verschijnen.
Nieuwe installatie en update onderscheiden. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.
Uitvoering van bestandsbewerkingen door de daemon volgen. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.
Module deactiveren of verwijderen. Controleer vooraf welke bestaande records of gebruikers hierdoor worden beïnvloed. Gebruik waar mogelijk deactivering in plaats van definitieve verwijdering.
Compatibiliteit en API-mogelijkheden controleren. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.
Module-instellingen en eigen beheerprogramma’s gebruiken. Voer de functie in het daarvoor bestemde formulier uit en controleer het resultaat direct in het bijbehorende overzicht of bij het betrokken ticket.
Opmerkingen¶
Zichtbare menu-items en acties zijn afhankelijk van de groeps- en programmarechten van de aangemelde agent.
Gedeactiveerde vermeldingen blijven vaak behouden voor bestaande tickets en analyses, maar zijn niet meer beschikbaar voor nieuwe toewijzingen.
Test na wijzigingen ten minste één realistische gebruikssituatie met een gebruiker van de betrokken rol.